Klaas en Barend en Gijs en Rieneke en Carole
29 oktober t/m 15 januariHet Stedelijk Museum ’s-Hertogenbosch nodigde vijf kunstenaars uit voor een gezamenlijke tentoonstelling: Klaas Burger, Barend van Hoek, Gijs van Lith, Rieneke de Vries en Carole Vrijhoeven. Uitgangspunt zijn vijf in principe op zichzelf staande presentaties van recent werk. Wat de kunstenaars naast hun Bossche achtergrond gemeenschappelijk hebben, is een grote mate van precisie in hoe ze zich verhouden tot een tentoonstellingsruimte, de maatschappelijke realiteit of hun artistieke omgeving.

foto: Peter Cox
Barend van Hoek (1969) schildert vooral meisjes (of eigenlijk steeds hetzelfde meisje), op een cartooneske, tekenachtige manier. Door de grote formaten waarop hij werkt, zijn ze levensgroot en levensecht – haast lichamelijk aanwezig. Naast een muurtekening maakte van Hoek voor de tentoonstelling een huisje voor zo’n meisje. In het huisje staat een kast met daarop een getekend verhaal met een mooie ‘clou’.
De schilderijen van Carole Vrijhoeven (1981) bevinden zich tussen constructie en deconstructie. Ze gaan over vergankelijkheid en die kan verschillende gedaantes hebben, zoals slijtage – zowel letterlijk, fysiek en overdrachtelijk – en vergetelheid. De schilderijen die ze speciaal voor deze tentoonstelling maakte, hebben als onderwerp de stad Pripyat, een spookstad nabij Tsjernobyl die in grote haast door de bewoners werd verlaten in 1986, na de ramp met de kerncentrale.
De schilderijen van Gijs van Lith (1984) gaan over het schilderen en de positie van de schilderkunst zelf. Hij is vooral geïnteresseerd in het maken van het schilderij, de opbouw het proces en de energie die vrijkomt. In de serie ‘A Painting’s Womb’ laat Van Lith de muren zien van het atelier waar ‘het schilderij’ ontstaat. Schilderijen als Blank canvas en Diptych gaan over het nieuwe begin, het avontuur dat in het vizier ligt wanneer je als schilder aan een nieuw werk begint. ‘Het is’, aldus van Lith, ‘bijna magisch, zo vol van mogelijkheden, ambitie en het meest van al: hoop.’
Rieneke de Vries (1981) maakt collages gebaseerd op foto’s, die vaak in een ‘talige’ context worden gepresenteerd. Zo benadrukt zij de ideematigheid en het gelaagde samenspel tussen de verschillende elementen. www.songwei.eu is een foto van de gelijknamige website. Song Wei kwam na politieke acties in China terecht in een psychiatrische inrichting. De Vries deed er onderzoek naar, waarna ze er samen met foto’s en collages één installatie van maakte. De collage Johnny ontstond hierna. Weer terug in China werd deze collage onderwerp van een voordracht in de video Johnny en Zhenzhen.
De installatie Mayby it’s not meant for you, but iof you’re careful you’re free to have a look (you might like it) van Klaas Burger (1977) bestaat uit een rood-blauwe muurschildering, een ondersteboven hangende plant en een eenvoudig bankje, waarop op gezette tijden een naaktmodel plaatsneemt. De aanwezigheid van het model leidt voor zowel de kunstenaar zelf als de bezoeker tot een meer fysieke betrokkenheid tot het werk. Dit gegeven is in verband te brengen met de belangrijkste vraag voor Burger: waar bestaat het beeld? Het begint altijd met het idee van de kunstenaar, dan is er de vorm die er het gevolg van is, ten derde is er het beeld en daarna het nabeeld in de hoofden van de bezoekers.
De schilderijen van Carole Vrijhoeven (1981) bevinden zich tussen constructie en deconstructie. Ze gaan over vergankelijkheid en die kan verschillende gedaantes hebben, zoals slijtage – zowel letterlijk, fysiek en overdrachtelijk – en vergetelheid. De schilderijen die ze speciaal voor deze tentoonstelling maakte, hebben als onderwerp de stad Pripyat, een spookstad nabij Tsjernobyl die in grote haast door de bewoners werd verlaten in 1986, na de ramp met de kerncentrale.
De schilderijen van Gijs van Lith (1984) gaan over het schilderen en de positie van de schilderkunst zelf. Hij is vooral geïnteresseerd in het maken van het schilderij, de opbouw het proces en de energie die vrijkomt. In de serie ‘A Painting’s Womb’ laat Van Lith de muren zien van het atelier waar ‘het schilderij’ ontstaat. Schilderijen als Blank canvas en Diptych gaan over het nieuwe begin, het avontuur dat in het vizier ligt wanneer je als schilder aan een nieuw werk begint. ‘Het is’, aldus van Lith, ‘bijna magisch, zo vol van mogelijkheden, ambitie en het meest van al: hoop.’
Rieneke de Vries (1981) maakt collages gebaseerd op foto’s, die vaak in een ‘talige’ context worden gepresenteerd. Zo benadrukt zij de ideematigheid en het gelaagde samenspel tussen de verschillende elementen. www.songwei.eu is een foto van de gelijknamige website. Song Wei kwam na politieke acties in China terecht in een psychiatrische inrichting. De Vries deed er onderzoek naar, waarna ze er samen met foto’s en collages één installatie van maakte. De collage Johnny ontstond hierna. Weer terug in China werd deze collage onderwerp van een voordracht in de video Johnny en Zhenzhen.
De installatie Mayby it’s not meant for you, but iof you’re careful you’re free to have a look (you might like it) van Klaas Burger (1977) bestaat uit een rood-blauwe muurschildering, een ondersteboven hangende plant en een eenvoudig bankje, waarop op gezette tijden een naaktmodel plaatsneemt. De aanwezigheid van het model leidt voor zowel de kunstenaar zelf als de bezoeker tot een meer fysieke betrokkenheid tot het werk. Dit gegeven is in verband te brengen met de belangrijkste vraag voor Burger: waar bestaat het beeld? Het begint altijd met het idee van de kunstenaar, dan is er de vorm die er het gevolg van is, ten derde is er het beeld en daarna het nabeeld in de hoofden van de bezoekers.



